Stel eens een andere vraag: zo leer je kinderen beter kennen
Ontwikkeling volgen doe je vooral met je ogen. Zodra kinderen praten, leer je ook veel door te luisteren. Een gesprekje tijdens het eten, knutselen of wandelen vertelt je soms meer dan een gerichte observatie. Wat vindt een kind leuk? Waar is het trots op? Wat vindt het moeilijk? In deze blog vind je per leeftijd vragen die een gesprek op gang brengen.
Stem je vraag af op de leeftijd
Een peuter van drie vraag je iets anders dan een schoolkind van tien. Stem je vraag af op de leeftijd én op het kind zelf. Het ene kind vertelt honderduit. Het andere heeft meer tijd of een concrete vraag nodig.
Dreumes en jonge peuter (1 tot 2,5 jaar)
Het ,,gesprek" bestaat vooral uit kijken, benoemen en reageren. Stel eenvoudige vragen. Het kind wijst, zegt een woord of maakt een keuze.
- ,,Wil je de bal of de auto?"
- ,,Waar is de poes?"
- ,,Wie is dat?"
- ,,Wil je nog een keer?"
- ,,Ben je boos?"
- ,,Vind je dit leuk?"
Let niet alleen op het antwoord. Gezicht, lichaam, geluiden en gedrag vertellen ook veel.
Peuter (2,5 tot 4 jaar)
Peuters vertellen steeds meer. Houd je vragen kort en concreet. Vraag naar iets wat net gebeurde. Gisteren of vorige week is nog lastig.
- ,,Wat vond je het leukste?"
- ,,Met wie heb je gespeeld?"
- ,,Wat heb je gemaakt?"
- ,,Hoe heb je dat gedaan?"
- ,,Was dat moeilijk of makkelijk?"
- ,,Waar werd je blij van?"
- ,,Wil je het zelf proberen of zal ik helpen?"
,,Laat eens zien hoe jij dat doet?"
Peuters laten vaak makkelijker zien wat ze bedoelen dan dat ze het zeggen.
Kleuter (4 tot 6 jaar)
Kleuters denken steeds beter na over wat ze meemaakten. Stel daarom meer open vragen.
- ,,Waar moest je vandaag om lachen?"
- ,,Wat ging vandaag heel goed?"
- ,,Wat vond je moeilijk?"
- ,,Wat kun jij nu wat je eerst nog niet kon?"
- ,,Met wie speel je graag en wat doen jullie dan?"
- ,,Wat doe je als iets niet lukt?"
- ,,Waar wil je nog beter in worden?"
Zo hoor je wat een kind kan. Je hoort ook iets over zijn zelfvertrouwen, emoties, vriendschappen en interesses.
Schoolkind (6 tot 9 jaar)
Vanaf deze leeftijd denken kinderen steeds meer na over zichzelf en hun eigen ontwikkeling.
- ,,Waar ben je deze week trots op?"
- ,,Wat heb je pas geleerd?"
- ,,Wat vind je makkelijk en wat lastig?"
- ,,Wanneer vraag jij iemand om hulp?"
- ,,Met wie speel je graag?"
- ,,Wat wil je heel graag leren?"
- ,,Wat helpt jou als je boos of verdrietig bent?"
- ,,Als jij hier één activiteit mocht kiezen, welke zou dat zijn?"
De antwoorden geven je direct ideeën om aan te sluiten bij wat het kind bezighoudt.
Ouder schoolkind (9 tot 12 jaar)
Oudere kinderen denken steeds beter na over hun gedrag, gevoelens en behoeften. Je vragen mogen meer verdieping hebben.
- ,,Waar ben je op dit moment trots op?"
- ,,Wat vind je op dit moment lastig?"
- ,,Wanneer voel jij je hier het prettigst?"
- ,,Als iets niet lukt: wil je dan hulp of eerst zelf proberen?"
- ,,Wat wil je nog leren of kunnen?"
- ,,Is er iets wat je anders zou willen?"
- ,,Wanneer voel jij je boos, zenuwachtig of onzeker? En wat helpt dan?"
- ,,Wat kun jij heel goed?"
,,Is er iets waarvan jij vindt dat ik het over jou moet weten?" Op die vraag krijg je soms een verrassend antwoord.
Wees nieuwsgierig
Werk geen vragenlijst af, anders voelt het al snel als een interview. Kies af en toe één vraag die bij het moment past. Luister echt naar het antwoord en vraag door:
- ,,O ja? Hoe kwam dat?"
- ,,Wat gebeurde er toen?"
- ,,Hoe voelde dat voor jou?"
- ,,Wat zou jou helpen?"
Geef het kind tijd om na te denken. Een stilte hoef je niet meteen te vullen.
Tip van onze pedagogisch coach
Vervang ,,Was het leuk vandaag?" eens door een vraag waarop een kind meer vertelt:
- ,,Waar moest je vandaag om lachen?"
- ,,Wat lukte vandaag ineens?"
- ,,Wie heeft jou vandaag geholpen?"
- ,,Wat wil je morgen nog een keer doen?"
Je krijgt vaak een heel ander gesprek.
Een kind volgen doe je door te kijken én door te luisteren naar wat het zelf te vertellen heeft.