De GGD op bezoek: vertel hoe jij kinderen volgt
Tijdens een inspectie kijkt de toezichthouder van de GGD naar veiligheid en praktische zaken. Ook jouw pedagogisch handelen komt aan bod. De toezichthouder vraagt bijvoorbeeld hoe je de ontwikkeling van de kinderen volgt. Dat klinkt officieel. Toch gaat het over iets wat je als gastouder elke dag doet.
Vertel wat je echt doet
,,Hoe volg jij de ontwikkeling van de kinderen?" Een ingewikkeld pedagogisch antwoord is niet nodig. Vertel wat je in jouw opvang doet. Bijvoorbeeld:
,,Ik volg de kinderen de hele dag. Tijdens het spelen, eten, buitenspelen en activiteiten kijk ik wat een kind doet, waar het plezier in heeft, wat het al zelf kan en waarbij het nog hulp nodig heeft. Valt me iets op, dan bespreek ik dat met de ouders. Soms schrijf ik een observatie op, zodat ik zie of het vaker gebeurt. Mijn activiteiten en begeleiding stem ik af op wat een kind nodig heeft."
Dat is ontwikkeling volgen.
Welke vragen stelt de GGD nog meer?
De toezichthouder vraagt door om te zien hoe je in de praktijk werkt. Denk aan deze vragen.
- ,,Waar let je op als je naar de ontwikkeling van een kind kijkt?"
Noem bijvoorbeeld taal en communicatie, bewegen, spel, contact met andere kinderen, emoties, zelfstandigheid en interesses. - ,,Kun je een voorbeeld geven van iets wat je bij een kind zag?"
Een concreet voorbeeld laat zien hoe jij werkt. Denk aan een peuter die steeds meer woorden gebruikt, een kind dat moeilijk aansluit bij het spel of een baby die zich steeds vaker probeert op te trekken. - ,,Wat doe je met wat je ziet?"
Vertel hoe je aansluit. Bied je ander spelmateriaal aan? Geef je meer uitdaging? Oefen je vaardigheden tijdens het spel? Of geef je juist meer rust en steun? - ,,Hoe bespreek je de ontwikkeling met ouders?"
Denk aan de dagelijkse overdracht, een dagboekje of een gesprek waarin je bewust bespreekt hoe het met hun kind gaat. - ,,Wat doe je als je je zorgen maakt over de ontwikkeling?"
Leg uit dat je eerst feitelijk kijkt naar wat je ziet. Je noteert observaties en bespreekt ze met de ouders. Blijf je je zorgen maken? Dan bepaal je samen met je bemiddelaar of pedagogisch coach een passende vervolgstap.
Van ,,ik denk dat" naar ,,ik zie dat"
Maak onderscheid tussen observeren en oordelen. Stel dat een kind weinig contact maakt met andere kinderen.
Een oordeel: ,,Hij is niet zo sociaal."
Een observatie: ,,Tijdens het vrij spelen zag ik deze week een paar keer dat hij alleen speelde. Toen een ander kind naast hem kwam zitten, liep hij weg en koos hij een andere activiteit."
Met een observatie beschrijf je wat je echt zag. Daarna kijk je verder. Gebeurt dit vaker? Zoekt het kind op andere momenten wél contact? Wat gebeurt er als jij helpt om mee te spelen?
Je hoeft geen ontwikkelingsdeskundige te zijn
Diagnoses stellen hoort niet bij je taak als gastouder. Belangrijk is dat je de kinderen kent, bewust naar hun ontwikkeling kijkt en uitlegt hoe je daarop aansluit.
Daar ligt de kracht van gastouderopvang. Je ziet kinderen vaak lange tijd, in een kleine en vertrouwde omgeving. Kleine veranderingen vallen je daardoor snel op.
,,Vorige maand vroeg ze nog om hulp bij haar jas. Nu probeert ze het eerst zelf."
Of: ,,Eerst gebruikte hij vooral losse woorden. Nu maakt hij korte zinnetjes." Dat zijn waardevolle observaties.
Zo bereid je je voor
Leer geen antwoorden uit je hoofd. Kijk liever naar de kinderen die je nu opvangt en stel jezelf deze vragen:
- Wat zie ik bij dit kind?
- Waar is het graag mee bezig?
- Waarin zette het de afgelopen tijd stappen?
- Wat heeft het van mij nodig?
- Hoe sluit ik daarop aan?
- Hoe bespreek ik dit met de ouders?
Vertel je daarover vanuit je eigen praktijk? Dan laat je zien dat je bewust met de ontwikkeling van de kinderen bezig bent.
Vergeet je pedagogisch werkplan niet
In je pedagogisch werkplan beschrijf je hoe jij werkt en hoe je kinderen begeleidt. Zorg dat die werkwijze herkenbaar is in je dagelijkse praktijk. De toezichthouder stelt soms vragen over wat je opschreef. Letterlijk herhalen is niet nodig. Vertel in je eigen woorden en met voorbeelden hoe je het doet. De GGD wil zien én horen hoe het pedagogisch beleid terugkomt in je opvang.
Pedagogisch werkplan
Wil je je werkplan bijwerken of weten wat erin hoort? Je leest het op onze pagina over het pedagogisch werkplan.
Alles over het pedagogisch werkplanKijken, signaleren, aansluiten, bespreken
Vraagt de toezichthouder hoe jij de ontwikkeling volgt? Vertel wat je elke dag doet: kijken > signaleren > aansluiten > bespreken > opnieuw kijken. In die gewone momenten laat je zien dat je ieder kind kent en bewust begeleidt.