Uit de praktijk: kleine momenten vertellen een groot verhaal
Kelly Hesseling van het Schapenhofje volgt als gastouder de kinderen in haar opvang elke dag bewust. Ze schrijft in een persoonlijk dagboekje, maakt elk jaar een welbevindenverslag en deelt wat ze ziet direct met ouders. In dit interview vertelt ze hoe ze dat aanpakt en waarom de communicatie met ouders daarbij de basis is.
Kijken wat een kind nodig heeft
Of ze nu op afstand toekijkt of actief meespeelt, Kelly let steeds op wat een kind op dat moment nodig heeft. “Door goed te observeren tijdens het spelen en tijdens activiteiten, zie ik wat een kind nodig heeft en hoe ik voor de juiste uitdaging kan zorgen,” vertelt ze.
Leermomenten grijpt ze aan zodra ze zich voordoen. Ze helpt een kind bijvoorbeeld om te gaan met zijn emoties. Soms gebruikt ze daarvoor een herkenbaar thema. Haar aanpak is kalm en veilig. Ze praat op ooghoogte, biedt rust en geeft kinderen de ruimte om zelf te ontdekken. Waar nodig helpt ze. “Door zelf het goede voorbeeld te geven, leren kinderen ook dat we elkaar helpen.”
Een dagboekje dat twee kanten op werkt
Elke dag schrijft Kelly in het persoonlijke dagboekje van het kind. Over hoe de dag verliep. Over de spelletjes, zoals een sponsparcours of een woordenspel. En over uitstapjes naar het kabouterbos of de speeltuin. Ook mijlpalen krijgen een plek, net als praktische zaken zoals afspraken, vakanties en het ritme van het kind.
“Het mooie is dat het dagboekje echt twee kanten op werkt,” zegt Kelly. Ouders schrijven thuis ook verhalen en bijzonderheden op. Zo vullen ze samen de herinneringen aan de baby- en peuterjaren aan. Het boekje wordt zo een tastbare herinnering voor later. Daarnaast is er elke dag een open overdracht aan de deur en deelt Kelly foto's via WhatsApp.
Toen viel het kwartje
Hoe waardevol dat boekje is, merkte Kelly bij een peuter die aan het einde van de middag steeds erg jengelig werd. Eerst leek het frustratie over het speelgoed. Kelly schreef haar observatie op. De ouders schreven terug dat hun kind thuis ineens extreem vroeg wakker werd.
Samen legden ze de signalen naast elkaar. Vermoeidheid speelde waarschijnlijk een rol. Het kind was toe aan een ander slaapritme. Ze pasten het ritme aan en keken wat dat met het gedrag deed. “Zonder het dagboekje hadden we deze signalen misschien los van elkaar gezien,” vertelt Kelly. “Dat laat voor mij mooi zien hoe kleine observaties samen ineens een veel groter verhaal kunnen vertellen.”
Welbevinden als basis
Elk jaar, rond de verjaardag van een kind, maakt Kelly een welbevindenverslag. Daarin komen alle ontwikkelingsgebieden aan bod. Ze bespreekt het met de ouders en met haar bemiddelaar van 4Kids.
Welbevinden betekent voor Kelly hoe lekker een kind in zijn vel zit. Voelt het zich veilig, ontspannen en op zijn gemak bij het Schapenhofje?
“Welbevinden is voor mij echt de basis van alles. Een kind staat simpelweg minder open voor nieuwe dingen wanneer het gestrest, bang of onzeker is.”
Kelly kijkt dus niet alleen naar wat een kind al kan, zoals praten of lopen. Ze kijkt vooral naar wie het kind is en hoe het zich voelt.
Geen verrassingen
Nieuwe dingen staan er eigenlijk nooit in het verslag. Loopt Kelly ergens tegenaan of maakt ze zich zorgen? Dan bespreekt ze dat dezelfde dag nog met de ouders. Samen kijken ze wat nodig is en maken ze zo nodig een plan van aanpak. Voor advies of extra hulp schakelt ze snel met 4Kids of andere betrokken organisaties.
Positieve punten en mijlpalen deelt ze ook direct. “We zijn uiteraard trots op onze gastkinderen!” Ouders vinden het fijn om in het verslag terug te lezen welke stappen hun kind heeft gezet.
Deel wat je ziet
Voor Kelly begint alles bij open communicatie met ouders. Haar tip aan andere gastouders is dan ook: deel wat je ziet. Tijdens de overdracht, in een dagboekje of via WhatsApp. Ook observaties die klein of onbelangrijk lijken. “Ik zag iets tijdens de opvang, ouders zagen iets thuis en pas toen we die informatie met elkaar deelden, viel het kwartje.”
“Kijk goed, schrijf kleine dingen op en blijf met ouders in gesprek. Samen zie je meer dan alleen.”